Het is vandaag zonnig en roetkoud – of nou ja, eigenlijk ‘routkold’. Want buiten het #Gronings (en wellicht andere noordelijke streektalen) is deze vorm volgens mij niet erg gebruikelijk.
Maar roet is niet koud, waarom dan roetkoud? In het Gronings heb je ook ‘routdonker’ (pikkedonker). Blijkbaar is de betekenis van ‘rout-’ verbleekt waardoor een voorvoegsel ontstond dat zich bij wijze van versterking ook een andere bijvoeglijk naamwoorden kan hechten (net als bij keihard → kei- → keigoed).
Ik ben geen schaatser, maar ik begrijp de (voor)pret die mensen voelen bij deze temperaturen
Maar wat is dat voor woord: ‘pret’?
Het komt ws. van Middel-/Vroegnieuw-NLs perte/parte ‘list, streek’ dat teruggaat op het Germaanse *prattuz ‘bedrog, opschepperij’. Maar de betekenis is natuurlijk behoorlijk veranderd.
Het woord is verwant aan prat (prat gaan op), part (iemand parten spelen) en jawel, het Engelse pretty (ook met een opmerkelijke betekenisontwikkeling).
Nog even twee liedjes waar ik in deze context aan moest denken:
Angela Groothuizen: Vinkeveen (https://www.youtube.com/watch?v=a3PR8-IZQ54). Ik ben, zoals gezegd, geen schaatser, maar ik vind dit een erg sfeervolle impressie van de nacht vóór een dag als vandaag. De tekst is van Jan Beuving.
Ede Staal: t Twijde Perron (https://www.youtube.com/watch?v=pYUHhSaT8-M). Het enige liedje dat ik ken met het woord ‘routkold’ in de tekst. Ken je niks van Ede Staal? Begin dan hiermee i.p.v. het bekendere ‘t Het nog nooit zo donker wèst’.